www.victorycs.nl


  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size

Uw zaak eindelijk regelen?

Aansprakelijkheid bij letselschade

Uitleg over aansprakelijkheid bij letselschade. de Wegenverkeerswet, schade en meer over aansprakelijkheid.

We maken op het gebied van de aansprakelijkheid onderscheid tussen de formele aansprakelijkheid en de medische aansprakelijkheid.

Formele aansprakelijkheid

Na een ongeval, en dit kan een verkeersongeval zijn, een bedrijfsongeval, een medische kunstfout of een overig ongeval, heeft de aansprakelijk gestelde partij erkend dat hij onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij u hierbij schade heeft berokkend. Deze schade moet inzichtelijk worden gemaakt en betaald worden door de dader hetzij diens verzekeraar.

Het gaat hierbij over de schade welke niet betwistbaar is, bijvoorbeeld de schade aan uw auto na een verkeersongeval of aan uw kleding, fiets, horloge e.d. Voorbeelden van schadeposten treft u hier op schadeposten of wilt u echt alles weten, kijk dan op onze zustersite www.schadeposten.nl.

Medische aansprakelijkheid oftewel causaliteit

De aansprakelijke partij zal alleen uw schade betalen als er een oorzakelijk verband is tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis en de door u gestelde schade, welke veroorzaakt wordt doordat u lichamelijke klachten heeft. We noemen dit de medische causaliteit. Er dient een conditio sine qua non verband te zijn. Dit wil zeggen dat er een oorzakelijk verband dient te bestaan tussen de klachten en de schadeveroorzakende gebeurtenis.

Bij veel letsel staat dit oorzakelijke verband niet ter discussie. Bij andere klachten duidelijk wel. Denk maar eens aan een whiplash, dystrofie, RSI, burn-out e.d. Het is het slachtoffer dat zijn schade dient te bewijzen waarbij de rechtspraak vaak ten gunste van het slachtoffer is. Aan het slachtoffer mogen geen strenge eisen worden gesteld met betrekking tot het te leveren bewijs.

Kijk hiervoor ook bij het begroten van de schade.

Buitengerechtelijke kosten: De kosten in en buiten rechte:

Kosten in en buiten rechte:

Het onderstaand artikel is het belangrijkste wetsartikel waarin de toewijzing van kosten in en buiten rechte is bepaald.
Artikel 96 Boek 6 BW luidt als volgt:

1. Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.
2. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking:
a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mag worden verwacht;
b. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;
c. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, wat de kosten onder b en c betreft, behoudens voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende proceskosten van toepassing zijn.

Wat zijn de kosten buiten rechte:

1. De redelijke kosten ter vaststelling van personenschade

In een schadeproces moet eerst worden vastgesteld of er sprake is van enerzijds een aansprakelijke partij en anderzijds of er ook daadwerkelijk schade is. Dit onder voorbehoud dat de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft geleid tot die schade. Dit kan materiële schade zijn zoals schade aan een auto, een fiets maar ook een kapotte ruit. De materiële schade bij letsel omvat vele posten. Als voorbeeld noem ik u verlies aan arbeidsvermogen (het gemiste inkomen), huishoudelijke hulp, uw zelfwerkzaamheid, pensioenschade, medicatie, uw eigen bijdrage van de ziektekostenverzekeraar en de kosten van rechtsbijstand. Het smartengeld is de immateriële schadepost.

De kosten die gemaakt moeten worden ter vaststelling van de schade, worden betaald door de aansprakelijke partij of diens verzekeraar. Er is wel sprake van een redelijkheidscriterium. Dat wil zeggen dat u niet buitensporig veel kosten mag maken om een in verhouding kleine schade inzichtelijk te maken.

Stel u heeft een verkeersongeval gehad en uw pink gebroken. Uw letsel en schade is zeer beperkt maar toch laat u een rekenkundig bureau inschakelen om uw schade te berekenen. Het bureau brengt een nota uit van € 2500,- voor het rapport , terwijl uw schade en ook de vergoeding die de verzekeraar moet betalen in geen verhouding hiermee staan. De verzekeraar zal deze kosten terecht niet betalen.

Hetzelfde voorbeeld als net maar nu heeft u een flinke whiplash. Uw zaak loopt al 5 jaar en er is sprake van een medische eindtoestand. U bent uw baan kwijt en loopt in de Wia. Uw expert wil graag uw zaak gaan regelen en acht het verstandig om een rekenrapport op te laten stellen. De verzekeraar weigert dit en toch laat uw expert dit rapport maken. De omvang van uw schade overtreft gemakkelijk de € 100.000,-. Het is reëel dat u een rekenrapport laat maken en dat de verzekeraar dit betaalt. Het is natuurlijk de kunst om e.e.a. in overleg met de verzekeraar te doen zodat deze ook gebonden is aan de conclusies van het rapport. Anders kan hij zeggen dat het een eenzijdig rapport is, hij er niet in gemengd is en daardoor de omvang van de schade zal betwisten.

Onder de kosten ter vaststelling van de schade zullen voornamelijk de kosten vallen van de verschillende experts zoals medici, rekenkundigen, uw advocaat of letselschade-expert e.d. Ook reiskosten en uitgaven die gedaan zijn ter vaststelling van de schade komen voor vergoeding in aanmerking.

2. De kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid

Soms is het niet duidelijk dat iemand de dader is. Stel dat bij een botsing verschillende auto’s betrokken zijn. De kosten van een deskundige, zoals een verkeersongevallenanalist, kunnen dan als buitengerechtelijke kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid worden opgevoerd. Kunnen de totale kosten van dit onderzoek dan wel aan die dader worden toegerekend ervan uitgaande dat deze bijvoorbeeld maar voor 25% verantwoordelijk is voor de schade? Indien bepaalde schadeposten niet aan de dader kunnen worden toegerekend, heeft u ook geen vordering met betrekking tot de gemaakte kosten. Het is dus oppassen met het maken van kosten indien de bepaling van de aansprakelijkheid moeizaam verloopt. Dreigt er een reëel stuk eigen schuld van uw zijde, dan zal een deel van uw kosten niet worden betaald en dus ook niet van uw belangenbehartiger.

Eigen schuld

In het algemeen mag worden gesteld dat ook bij de toewijzing van de kosten ter vaststelling van de aansprakelijkheid een deel eigen schuld zal leiden tot het zelf dragen van een deel van de kosten. Art. 6:101 BW heeft ook die intentie. Het gaat immers om de redelijke kosten ter vaststelling van de schade. Is het redelijk dat alle kosten betaald worden door een verzekeraar, als diegene die deze kosten claimt, voor een groot deel zelf verantwoordelijk is geweest voor het veroorzaken van het ongeval? Nee dus. (uitzonderingen daargelaten).

3. De kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte

U heeft ter behartiging van uw zaak een letselschade expert in de arm genomen of bijvoorbeeld een advocaat. Deze zal zijn kosten geheel kunnen verhalen op de aansprakelijke partij als er 100% aansprakelijkheid is en de omvang van zijn kosten in een redelijke verhouding staan tot het verhaalde bedrag voor het slachtoffer. Dit is de kern van art. 6:96 lid 2 BW en van zeer groot belang voor letselschadeslachtoffers.

Het is dus volstrekt onnodig om een no cure no pay contract te sluiten of uw advocaat zekerheid te geven met betrekking tot het betalen van zijn rekening als de aansprakelijkheid in uw zaak rond is, er behoorlijk wat schade is en er causaal verband bestaat tussen het ongeval en uw klachten.

Zie checklist buitengerechtelijke kosten voor advies over de wijze waarop u met uw advocaat of letselschadespecialist afspraken kunt maken.

Reeds vóór het invoeren van het NBW (Nieuw Burgerlijk Wetboek) had de Hoge Raad in het arrest van 3 april 1987 (NJ 1988, 275) al besloten dat de kosten van buitengerechtelijke rechtshulp kunnen behoren tot de te vergoeden schade. Een overweging uit het arrest van toen:

“Wie ten gevolge van een ander onrechtmatige schade lijdt, zal bij het vaststellen en begroten daarvan, alsmede bij zijn pogingen in der minne vergoeding te krijgen niet zelden behoefte hebben zich, gezien de moeilijke feiten en juridische vragen die zich daarbij kunnen voortdoen, door een of meer deskundigen te doen bijstaan, vooral als ook aan de zijde van de aansprakelijke deskundigen optreden. Voor zover de  benadeelde in de gegeven omstandigheden redelijk handelde door zich van deskundige bijstand te voorzien, behoort de aansprakelijke de daaraan verbonden kosten, voor zover deze redelijk zijn, te dragen, want het is zijn onrechtmatige daad die tot het maken daarvan heeft geleid….”

Wat zijn dan redelijke kosten?

De visie van de verzekeraar en de advocaat/belangenbehartiger lopen hier nogal eens uiteen. Beide partijen zijn van mening dat zij gelijk hebben en komen met een veelvoud aan argumenten ter ondersteuning hiervan. Het slachtoffer wordt bij deze discussie niet betrokken maar is er wel vaak de dupe van. Immers wat is een redelijk honorarium in verhouding tot de omvang van de schade, het letsel en de investering in tijd en geld van de expert?

Mogelijke argumenten van de verzekeraar t.a.v. de nota/handelingen van de advocaat/de expert:

• U hanteert een onredelijk hoog uurtarief.
• U bent geen expert op het gebied van de letselschade.
• Uw assistente schrijft op voltarief.
• U schrijft teveel tijd voor de verschillende (simpele) handelingen.
• De omvang van de schade staat in geen verhouding met uw nota.
• De materie was niet complex.
• U schrijft teveel uren dossierstudie.
• Er is sprake van eigen schuld dus dat gedeelte van de kosten hoef ik u niet te betalen.
• U hanteert een standaard tijdseenheid van 15 minuten per handeling.
• Er is geen discussie over de schade dus waarom wilt u dan een actuaris inschakelen? Dit geeft onnodige kosten.
• Waarom wilt u de klant alweer bezoeken?  Een huisbezoek is niet aan de orde (kost veel geld).
• No cure no pay, dus wij hoeven u maar (als voorbeeld) 15% exclusief BTW van het verhaalde schadebedrag te betalen. Immers dat is de schade van het slachtoffer.

De tegenargumenten van de advocaat of uw letselschade expert zijn dan:

• Inschakeling van de expert was noodzakelijk gezien de complexiteit van de materie.
• De aard van de schade en de aard van de werkzaamheden maakten inschakeling noodzakelijk.
• Besprekingen moesten worden gevoerd zowel op kantoor als bij cliënten thuis. Reiskosten zijn dus evident.
• Er was een noodzaak tot het maken van actuariële berekeningen en het inschakelen van de medisch adviseur. 
• De complexiteit c.q. het verweer zoals door de wederpartij werd gevoerd maakte bestudering van de jurisprudentie noodzakelijk. 
• Natuurlijk is mijn nota hoger. Als belangenbehartiger heb je intensief contact met je slachtoffer.

Op dit moment zijn er door een aantal verzekeraars convenanten gesloten met letselschadebureau's. Op basis van deze convenanten ontvangen de bureau's een vaststaand percentage van het verhaalde bedrag aan vergoeding van de buitengerechtelijke kosten.

Informatie over het rechtsbijstandsconvenant voor rechtsbijstandsverzekeraars of letselschadekantoren kunt u vinden op de PIV site. Ga dan naar www.stichtingpiv.nl onder het kopje PIV-overeenkomst BGK

Meer uitleg over beloning op uurbasis of no cure no pay vindt u onder het kopje: Is dit bedrog of eerlijk zaken doen?

Wat is eigen schuld?

Mocht u voor een deel zelf schuld hebben in uw zaak dan is het mogelijk dat er sprake is van een percentage eigen schuld. Art. 6: 101 BW geeft aan dat 
1.
    Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingspichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

2.
    Betreft de vergoedingsplicht schade, toegebracht aan een zaak die een derde voor de benadeelde in zijn macht had, dan worden bij toepassing van het vorige lid omstandigheden die aan de derde toegerekend kunnen worden, toegerekend aan de benadeelde.

Waar moet u dan op letten?

Als er een percentage eigen schuld van toepassing is in uw zaak dan dient u er rekening mee te houden dat dit percentage eigen schuld de volgende consequenties heeft. We gaan in ons voorbeeld uit van een percentage eigen schuld van 25% omdat u bijvoorbeeld de autogordel niet gedragen heeft.

Wat betekent een percentage eigen schuld?

U krijgt 25% van uw verschenen en toekomstige schade niet betaald.
De nota van uw belangenbehartiger, of dit nu een advocaat is of een letselschade expert zal voor 25% niet worden betaald.

En wat dan?

U kunt uw zaak op no cure no pay onderbrengen of zelf garant staan voor de uren die niet betaald zullen worden. U kunt natuurlijk zelf ook onderhandelen. Een advocaat of expert wil uw zaak graag hebben en zal vaak ook genoegen nemen met een lager uurtarief. Zorg ervoor dat u niet zomaar een contract op basis van no cure no pay aangaat. Met name in het begin is het slachtoffer zeer onzeker over zijn eigen zaak. Hij weet totaal niet waar hij aan toe is en dan is het zeer gemakkelijk om een slachtoffer op no cure no pay basis in te boeken. U kunt dan ook, als uw zaak eenmaal loopt, uw expert vragen om uw zaak om te zetten op uurbasis zonder garantiestelling als er geen risico meer in uw zaak zit. U zult dan merken of uw belangenbehartiger het daadwerkelijk goed met u voorheeft of niet.

Vorderingen van anderen?

Buiten het slachtoffer om hebben ook derden een claim op de aansprakelijkheidsverzekeraar. Zo kunt u zich voorstellen dat uw werkgever ook het doorbetaalde loon tijdens uw arbeidsongeschiktheid terug wil hebben. Deze claim valt onder art. 6:107a BW. Ook het UWV en de ziektekostenverzekeraar willen eventuele kosten en/of uitkeringen graag terug. Het kan dus voorkomen dat vier verschillende partijen een claim hebben lopen bij de verzekeraar over hetzelfde ongeluk. Dit verklaart ook het belang welke een verzekeraar heeft bij het afhouden/afwijzen van een claim, aangezien bij het erkennen van de aansprakelijkheid niet alleen het slachtoffer zijn schade vergoed wil hebben, maar meer partijen.

Heeft u vragen bel dan gerust op tel.nr. 030-8901346

 

 

 

Wat is causaliteit bij letselschade?

Als u al een letselschadezaak heeft, dan herkent u het woord vast wel en heeft u enig idee wat het betekent. Echter, het slachtoffer dat nog geen goede voorlichting heeft gekregen van zijn advocaat of letselschadespecialist, begrijpt er niets van.

  • Hoezo causaliteit? Ze moeten toch betalen omdat ze mij hebben aangereden?
  • De aansprakelijkheid is toch erkend? Hoezo dan causaliteit?
  • Een eerder ongeval? Ja en dus? Waarom ontbreekt het causale verband?

Bovenstaande reacties zijn zeer logisch en begrijpelijk vanuit het standpunt van het slachtoffer.

Causaliteit

Wanneer door een onrechtmatige daad een risico in het leven is geroepen of is verhoogd, en dit risico verwezenlijkt zich, is daarmee het causaal verband tussen de gedraging en de schade in beginsel gegeven, behoudens de mogelijkheid tot tegenbewijs voor de aansprakelijk gestelde persoon. Dit betekent dat het letsel waarvan beweerd wordt dat dit is opgelopen door het ongeval, duidelijk als gevolg van het ongeval moet zijn. 

Het conditio sine qua non verband

Is er sprake van een feitelijke bewijsbare relatie tussen de oorzaak en de uiteindelijke schade, dan is voldaan aan het primaire vereiste voor de civielrechtelijke aansprakelijkheid. Deze relatie staat bekend als het conditio sine qua non verband, wat betekent dat er zonder ongeval geen schade zou zijn geweest.

Causaal verband bij bedrijfsongevallen en beroepsziekten

Met beroepsziekten bedoelen we zaken waarbij de werknemers claimen schade te derven doordat hun werkgever niet heeft voldaan aan de zorgplicht maar dan specifiek behorende bij een bepaald beroep. Als voorbeeld noem ik u de schilder die last heeft van het schilderssyndroom of de werknemer die is bloot gesteld aan asbest. Bij bedrijfsongevallen en beroepsziekten moet er een feitelijk verband worden aangetoond tussen de ziekte en de blootstelling c.q. de gebrekkige zorgplicht. In de praktijk is dit niet gemakkelijk omdat de werknemer moet bewijzen dat de werkgever niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan en dat dit daadwerkelijk heeft geleid tot de bekende klachten en beperkingen.

Stel dat u niet kunt bewijzen dat u bent blootgesteld aan asbest bij of door de werkgever, dan kan het prima zo zijn dat u wel klachten en beperkingen heeft maar ze niet kunt linken aan de werkgever. Uw zaak zal dan niet slagen.

De wetsartikelen die bij een bedrijfsongeval vaak worden toegepast zijn art. 7: 658 BW, art. 6: 162 BW en art. 6: 174 BW.

We moeten ons ook realiseren dat een bedrijfsongeval vaak in één keer gebeurt. Als voorbeeld noem ik u de val van een steiger. Een beroepsziekte ontstaat vaak door langdurige blootstelling. Zo had ik een tankspuiter als cliënt, die jarenlang voor defensie tanks had gespoten. Defensie had geen goede afzuigers geplaatst en de betreffende werknemer werd blootgesteld aan uitdampende tanks die net met 25 liter verf waren bespoten. De werknemer zat te eten met zijn mede dienstplichtigen tussen deze tanks in , dag in dag uit. Hun handen moesten ze wassen in een open bak met thinner. De werknemer kreeg uiteindelijk neurologische uitval en hoofpijn gepaard gaande met een enorme vermoeidheid. Defensie bestreed het causale verband tussen de klachten en de blootstelling.

Mocht u nog vragen hebben dan kunt u ons altijd vrijblijvend bellen op tel.nr.: 030-8901346

Smartengeld bij letselschade, hoe zit dat?

Alles over smartengeld treft u hier.

Uitleg van smartengeld-smartengeld bij whiplash-smartengeldvergoeding-smartengeld ANWB-smartengeldgids-smartengeld ANWB

1 miljoen dollar voor een kop te hete koffie welke over de schoot van een mevrouw heen valt. McDonalds heeft het moeten betalen omdat in Amerika de functie van een smartengeldvergoeding tevens “punitive”, en dus straffend is. McDonalds was diverse keren gewaarschuwd en middels dit vonnis krijgt het een waarschuwing om actief iets te gaan doen aan het schenken van te hete koffie. In Nederland kennen we dit aspect niet, ook al zou het soms zeker nuttig kunnen zijn.

Stel, u heeft letsel opgelopen en de schaderegelaar van de verzekeraar of uw eigen belangenbehartiger adviseert u akkoord te gaan met een bepaald bedrag aan smartengeld. Hoe weet u wat dit precies inhoud en vooral of het u geboden bedrag wel genoeg is?

Artikel 6:95 BW geeft aan dat schade die bestaat uit “vermogenschade en ander nadeel” vergoed dient te worden. Hiermee wordt bedoeld de immateriële schade bestaande uit lichamelijke pijn, geestelijk leed of vermindering van de levensvreugde. Bijeen noemen we deze vergoeding: smartengeld.

Smartengeld bestaat uit vele componenten

Vraag aan uw belangenbehartiger of hij u de componenten weet te noemen waaruit het smartengeld bestaat en u zult al snel kunnen zien of hij/zij zijn vak verstaat. Smartengeld is namelijk niet alleen een compensatie voor gederfde levensvreugde maar wordt bepaald door o.a.:

• Leeftijd (vgl. iemand van 80 jaar versus een jong kind)
• Duur van de ziekenhuisopnames (vlg. polikliniek versus intensive care)
• Looptijd van het letsel (vgl. een gebroken been van 6 weken of een dwarslaesie levenslang)
• Intensiteit van de behandelingen en doorstane pijn (vgl. een gebroken been versus brandwonden)
• Duur van de behandelingen (een dagopname ziekenhuis versus een revalidatietraject van maanden)
• Resterende beperkingen voor de toekomst (vgl. een breuk versus amputatie)
• Mate waarin u functioneel invalide bent geworden (gaat in % van het gehele lichaam)
• De mate waarin u arbeidsongeschikt bent geworden ( vgl. Kunt u uw eigen werk nog doen of mogelijk ander werk). 
• Gederfde levensvreugde (je kindje niet kunnen tillen of je hobby’s niet meer kunnen uitoefenen. Hier vallen heel veel aspecten onder)
• Het geschokte rechtsgevoel (zie arrest de comateuze timmerman op onze site)

Blijvende invaliditeit versus arbeidsongeschiktheid

Laten we eerst even onderscheid maken tussen blijvende invaliditeit en arbeidsongeschiktheid. Immers, je raakt blijvend invalide als je het topje van je vinger afzaagt. Dit betekent echter niet dat je ook 100% arbeidsongeschikt bent voor je eigen- of voor ander werk.

Al overtuigd?

Wilt u nog even doorlezen of heeft u liever een persoonlijke toelichting? U kunt ons altijd even vrijblijvend bellen: 030-8901346

Smartengeldgids ANWB

Elke 4 jaar brengt de ANWB een nieuwe smartengeldgids uit. Deze gids staat vol met uitspraken gedaan in rechte waarbij inzicht wordt gegeven in de omvang van het letsel, het bedrag welke is gevorderd in de procedure en hetgeen is toegewezen. Het boek wordt gebruikt door schaderegelaars en advocaten. Opgemerkt dient te worden dat de normbedragen welke hierin genoemd worden bijzonder laag zijn. In de praktijk zal een goede schaderegelaar tot hogere bedragen moeten kunnen komen. Onderstaand treft u enige voorbeelden aan. Let u erop dat dit bedragen zijn uit 2003 en dat bij de bepaling van de huidige bedragen minimaal indexering op zijn plaats is.

Bron: Smartengeldgids ANWB 2002
*Geïndexeerde bedrag in euro’s in het jaar 2002

 

Bij het vaststellen van het smartengeld spelen een 7-tal factoren een belangrijke rol. Voor een deel zijn ze hiervoor al genoemd.

1. De aard van de aansprakelijkheid. Is wederpartij volledig aansprakelijk voor de geleden en toekomstige schade? Heeft u een deel eigen schuld doordat u bijv. de gordel niet droeg (kost u 25%).
2. De aard en de ernst van het letsel. Zoals hiervoor ook is toegelicht.
3. De aard, omvang en duur van het leed. Ook dit heb ik u reeds beschreven.
4. De medische, psychiatrische of psychologische behandeling. Ook psychische schade geeft een vergoeding smartengeld. Langdurige psychiatrische behandelingen zijn zeer belastend voor iemand die van een trauma wil genezen.
5. De mate van invaliditeit. Bij functionele arbeidsongeschiktheid wordt de beschadiging van lichaam of geest gemeten in percentages. Dit percentage wordt vaak gebruikt voor sommenverzekeringen om tot bepaling van de uitkering te komen. Of functionele invaliditeit ook tot arbeidsongeschiktheid leidt, is een geheel andere vraag.
6. De mate van bewustzijn. Is het slachtoffer zich bewust van zijn leed? De gedachte immers achter een smartengeldvergoeding is met name dat je als slachtoffer kennis hebt van je leed en je er bewust van bent. Dus lig je in coma dan rijst de vraag of je kennis hebt van je leed. Deze discussie maar ook de discussie bij shockschade of overlijden, is zeer diepgaand en zal ik u hier besparen.
7. Enige predispositie. Hierbij komt de vraag aan de orde of, het ongeluk weggedacht, het slachtoffer klachten zou hebben gehad die overlappend zijn aan hetgeen als ongevalsgevolg wordt opgevoerd. Dus iemand met nek en schouderklachten voor diens ongeval kan bijv. zijn whiplash niet geheel aan het ongeval toewijzen. De verzekeraar zal het medisch causale verband betwisten.

Hoogte van het smartengeld

In Nederland wordt nauwlettend getracht de omvang van het smartengeld aan banden te leggen. De adviseurs van Victory Juridisch Advies zijn van mening dat de hoogte van het smartengeld veel te laag is. Immers hoe laat een levenslange beperking als een ernstige whiplash zich vertalen naar een gemiddeld smartengeldbedrag van € 10.000,-?  Besmetting met een HIV-virus in de tijd dat hier nog geen medicatie voor was, leidde in 1992 tot een maximale toekenning van € 136.134,- (fl.300.000,-) aan smartengeldvergoeding. Dit plafond is m.i. nog immer niet doorbroken. De auteur van dit artikel, de heer Terlingen, regelde voor een slachtoffer een slotbetaling van fl. 1.796.926,-  Als smartengeld werd bepaald een bedrag van € 125.000,- . Dit werd onderling overeengekomen en niet hoger gesteld omdat dit ongewenste aandacht zou oproepen. Ik ben ervan overtuigd dat dit bij vele andere zaken precies zo gaat. Dit betekent dus dat min of meer kunstmatig een maximale plafond niet overschreden wordt. Aan de andere kant is dit minder belangrijk zolang de verzekeraar de totale schade betaalt. Welk etiket dan precies op de diverse posten staat, kan het slachtoffer niets schelen. Hij krijgt immers zijn totale schade betaald en is tevreden.

In de praktijk

Hoewel de bedragen nog immer laag zijn, mag wel geconstateerd worden dat de invoering van de euro een positieve invloed heeft gehad op de hoogte van het smartengeld. Vroeger rekenden wij, als schaderegelaars, nog met circa fl.1000- tot fl.1500,-  per procent blijvende invaliditeit. Nu is dit hetzelfde bedrag maar dan in euro’s geworden. Natuurlijk spelen daarbuiten ook overige facetten een rol maar met name bij de wat kleinere zaken die niet lang lopen wordt deze leidraad veelvuldig gehanteerd.

Schade bij overlijden

Tot op de dag van vandaag krijgt u geen smartengeldvergoeding indien een van uw directe dierbaren, door schuld van een ander, overlijdt. Ik hoor u denken, hoe is dit in Nederland mogelijk? Bij het verlies van een kind bijvoorbeeld krijgen de ouders geen smartengeldvergoeding. Dit omdat het kind zelf dan geen leed meer kan ervaren. Dit terwijl het wetsvoorstel affectieschade uit 2003, in 2006 door de Tweede Kamer is gegaan maar nog immer niet definitief is, in afwachting van een studie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het is mij niet duidelijk wanneer dit onderzoek afgerond is. De belangrijkste gedachte aan het toekennen van een vergoeding bij overlijden is erkenning van het leed en genoegdoening. Tot heden is een bedrag van € 10.000,- per nabestaande als voorstel neergelegd.

Smartengeld en wettelijke rente

Smartengeld is in principe direct opvorderbaar nadat u de schadeveroorzakende gebeurtenis is overkomen. Verzuim zonder ingebrekestelling (art.6:83 BW) treedt immers in bij wanprestatie en onrechtmatige daad waarvan in ieder geval sprake is bij o.a. verkeersongevallen, bedrijfsongevallen en medische missers. Art. 6:119 BW inzake de wettelijke rente loopt dus gelijk. Heeft u echter schade in het jaar 2002 en wenst u deze in 2006 af te rekenen dan gelden de normen ten tijde van het jaar 2002 (indien u de rente wenst door te berekenen). Doet u dit niet dan kunt u afrekenen tegen de huidige normen maar krijgt u geen wettelijke rentevergoeding. Dit zou anders dubbel zijn omdat in de wettelijke rente reeds een inflatiecomponent zit.

Smartengeld en een scheiding

Het persoonlijk karakter van de smartengeld vergoeding zorgt ervoor dat deze buiten de gemeenschap valt. Uw partner kan er dus niet aankomen. Onder omstandigheden kan de vergoeding echter wel meetellen bij het vaststellen van de alimentatie. (Zie: Hoge Raad 7 okt 1994, NJ 1995, 59).

Smartengeld en de Belastingdienst

Tot slot nog een antwoord op een veelgestelde vraag: “moet ik smartengeld opgeven aan de belasting?”.  Smartengeld valt in box 3 en niet in box 1 en is dus niet onderhevig aan enige belasting buiten de vermogensrendementsheffing van 1,2% indien bij u van toepassing. Er is immers geen verband aan te wijzen tussen uw inkomen en het smartengeld.

Smartengeld TV en smartengeld-nieuws

Recente artikelen over het smartengeld treft u aan onder het kopje Letselschade nieuws.

Op TV is nog weinig aandacht besteed aan het smartengeld. Dit is jammer omdat tot op de dag van vandaag de smartengeldvergoedingen m.i. veel te laag zijn.

Test uw belangenbehartiger

Test uw eigen belangenbehartiger en u zult merken waarom dit een specialistisch vak is. U kunt bij ons vrijblijvend om aanvullend advies vragen. Wij zijn te bereiken op tel.nr.: 030-8901346.

Auteur: Jeroen Terlingen